21/10/2026
WAT ER NIET IN MIJN BIBLIOGRAFIE STAAT.
Achterin mijn boek staat een flinke lijst bronnen. Onderzoeken, studies, rapporten over generaties en gedrag. Netjes op een rij, zoals het hoort.
Maar die lijst vertelt maar de helft. Want wat er écht in dat boek zit, is ook gevormd door boeken die je daar nooit zult vinden.
Overpeinzingen van Marcus Aurelius bijvoorbeeld. Een Romeinse keizer die bijna tweeduizend jaar geleden aantekeningen voor zichzelf schreef. Over eindigheid. Over wat er wel en niet in je macht ligt. Hij heeft nooit geweten dat iemand in Limburg er ooit iets aan zou hebben.
Of dat boek over waarom vrouwen altijd schoenen moeten kopen. Ja, echt. 😄 Lach maar, maar door de boeken van Allen Pease leerde ik o.a. hoe biologie en psychologie ons gedrag sturen. Waarom mensen doen wat ze doen. En dat is precies waar generatiegericht denken om draait: gedrag begrijpen in plaats van veroordelen. Dat merk je door mij hele boek heen.
En De Tao van Poeh. Een b**r die gewoon zichzelf is. Niet forceert. Niet duwt. Meebeweegt. Als je weet hoe ik over merken denk, snap je waarom dat boek nog steeds in mijn kast staat.
Afgelopen zondag schreef ik dat mijn boek is wat ik doorgeef.
Maar doorgeven werkt twee kanten op.
Ik heb ook ontvangen. Van schrijvers die ik nooit heb ontmoet. Die nooit hebben geweten dat hun woorden ergens anders verder zouden leven.
Misschien is dat wel hoe het werkt. Iemand schrijft iets op. Een ander pakt het op, neemt het mee en geeft het op zijn eigen manier weer door.
Dus ergens in mijn boek over generatiegericht communiceren zit ook een stukje Marcus Aurelius. En een beetje Poeh.
Welk boek heeft jou gevormd, zonder dat de schrijver dat ooit zal weten?